Posts tonen met het label Metaalglanslibel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Metaalglanslibel. Alle posts tonen

zondag 14 juli 2013

Tussen de Elfjes en de Keizerinnen.

Het lijkt wel een sprookje en eigenlijk is dat het ook behalve dat sprookjes niet bestaan. Toch stel ik me voor dat sprookjes zijn bedacht naar aanleiding van de werkelijkheid waarin zoveel prachtige dingen te vinden zijn, en dan vooral in de natuur.

In Noord-Brabant ligt een idyllische wandelgebiedje langs de Leijgraaf . Dat is de plek waar Maria en ik onze zaterdag doorbrengen. We willen heel graag de Bandheidelibel zien, voor mij misschien wel de mooiste Nederlandse libel maar aangezien ik nog niet alle Nederlandse libellen heb gezien, kan die mening op termijn nog worden gewijzigd.

Zoeken hoeven we niet. Nadat we over het opstapje geklommen zijn dat toegang geeft tot het gebied, zien we de eerste verse (nog niet uitgekleurde) Bandjes al zitten en vliegen.

Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Aan de witte pterostigma's zie je o.a. dat het nog verse, niet uitgekleurde exemplaren zijn. Als de libellen helemaal op kleur zijn, is het mannetje rood met donkere banden over de vleugels en rode pterostigma's. De vrouwtjes worden geelbruin en hun vleugels hebben naast de banden een geelwit pterostigma. In deze libel kun je je in Nederland eigenlijk niet vergissen dankzij de banden over de vleugels. Een gemakkelijk herkenbare soort is voor de verandering erg fijn!

We zien ze van 'kakelvers' via licht gekleurd tot iets verder uitgekleurd. Prachtig!

Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum) Bijna uitgekleurd.






En de omgeving waarin ze zitten is prachtig. Vennetjes met pitrus en lisdodde en veldjes vol met bloemen en plantjes. Langs het pad ruist de stromende Leijgraaf.

Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)
Boven de Leijgraaf vliegen de Weidebeekjuffers. Daarop moeten toch bijna elfjes zijn geïnspireerd. Lieflijk en telkens anders kleurend door het licht, fladderen ze boven het water.
Ik ben blij met de foto's, handmatig scherpstellen en dan volgen in vlucht is best lastig.

Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens)
Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens)
Ook de mooie groene Metaalglanslibel flitst voorbij. Hij heeft een aparte manier van vliegen: hij komt er snel aan, draait, doet alsof hij even stil hangt en schiet er dan ineens in de 4e versnelling van door. Dat herhaalt hij constant. Op zo'n moment dat hij dan schijnbaar stil hangt (let op de toevoeging 'schijn'), moet je je kans benutten. De foto's zijn al minder beroerd dan de vorige maar vallen nog steeds in de categorie 'bewijsplaatje'.
Metaalglanslibel (Somatochlora metallica)
We nemen geregeld een pauze in het zonnetje en slenteren dan weer verder. We zien en horen zoveel, en dan te bedenken dat wij de enige zijn die daar lopen. Dat is dubbel genieten.

Bij een paar andere vennetjes zien we een stuk of 10 Grote Keizerlibellen. De mannen schieten heen en weer om alles wat in de buurt komt weg te jagen. Zelfs een stel Gewone Oeverlibellen die net een paringswiel vormen, krijgt niet de kans om voor nageslacht te zorgen. De Grote Keizerinnen zijn ondertussen druk bezig om hun nageslacht veilig te stellen en zetten eitjes af in het water.

Grote Keizerlibel (Anax imperator)

Grote Keizerlibel (Anax imperator)
Grote Keizerlibel (Anax imperator)
Inmiddels hebben we ook heel mooie nacht- en dagvlindertjes gezien waarvan de Metaalvlinder de kroon spant. Hij is in werkelijkheid veel mooier dan op de foto, echt smaragdgroen metallic. Het laat zich in een foto niet vangen en soms is dat maar goed ook. De echte wereld gewoon met je eigen ogen zien, opent letterlijk je ogen. 

Hooibeestje (Coenonympha pamphilus). Dagvlinder.
Metaalvlinder (Adscita statices). Dagactieve nachtvlinder.
Sint Jansvlinder of 'Bloeddropje' (Zygaena filipendulae). Dagactieve nachtvlinder.
Klein Koolwitje (Pieris rapae). Dagvlinder.
Oranje Luzernevlinder (Colias crocea). Dagvlinder. Deze is een beetje beschadigd maar de andere kant ziet er iets beter uit.
Oranje Luzernevlinder (Colias crocea). Dagvlinder.
Uiteraard komt er een tijd dat we weer terugslenteren. Onze ruggetjes willen niet echt meer, of echt niet meer, wat wij willen. Toch kunnen we het niet laten om met pijn en moeite nog wat van al dat moois digitaal mee te nemen.

Azuurwaterjuffer (Coenagrion puella). Ik dacht dat het een vrouwtje Lantaarntje was, maar een deskundige heeft me gecorrigeerd. Ik leer het nooit.......
Gewone Pansterjuffer (Lestes sponsa)
Tengere Grasjuffer (Ischnura pumilio)
Viervlek (Libellula quadrimaculata)
De Zwarte heidelibel, die we overigens ook in de gele, niet uitgekleurde, variant zien, is heel gewillig.

Zwarte Heidelibel (Sympetrum danae)
Zwarte Heidelibel (Sympetrum danae)
Overigens vergeet ik de vogels niet hoor, er vloog en zong veel en dat maakt een mens echt gelukkig. Spotvogels, Geelgorzen, Putters, Groenlingen, Merels, Winterkoningen, Koolmeesjes, Buizerds etc. Heerlijk om daardoor begeleid te worden op je wandeling.

Deze fantastische dag en lange blog beëindig ik met een close-upje van de Bandheidelibel, omdat ik de facetogen zo bijzonder vind.

Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum).
Iedereen die mijn blog leest en/of reageert, dank daarvoor. Het is leuk om te weten dat er mensen van meegenieten.

zondag 7 juli 2013

Dudeljo-ho klinkt zijn lied..... Op stap in noord Nederland.

Terwijl ik gekscherend een opmerking maak dat het weer een poëtisch blogje gaat worden, zijn mijn drie mede waarnemers niet minder euforisch. We staan in de zon in het Woldlake bos naar een net uitgeslopen Groene Glazenmaker te kijken terwijl een Wielewaal vlak boven ons hoofd zijn Dudeljo laat horen. Best wel een moment om even poëtische gedachten door je hoofd te laten gaan.

We, dat zijn Maria, Peter, Robert en ik. Eén- of tweemaal per jaar gaan we op stap. In ons hart zijn we allemaal vogelaars maar in de zomer kijken we ook graag naar vlinders en libellen. De twee bestemmingen die we uitgezocht hebben zijn het Woldlake bos voor de libellen en het Fochteloërveen voor vlinders en misschien nog vogels.

Peter hoort de Wielewaal als eerste en roept ons terug naar de auto als we het Woldlake bos net zijn in gelopen. Prachtig horen we de Wielewaal zingen en af en toe roepen. Dit is een gave start. Het Woldlakebos komt zijn belofte van mooie libellen meer dan na. Boven en langs een slootje vol met krabbenscheer, zien we libellen en juffers af en aan vliegen. Het begint al meteen goed met een ROOD vrouwtje Vuurlibel (dacht ik in de vorige blog nog dat de vrouwtjes altijd geel waren....... niet dus).

Vuurlibel (Crocothemis erythraea)
We zien met name heel veel razendsnel langs flitsende libellen met een mooi glanzend lijf. Er worden hier zowel Metaalglanslibellen als Gevlekte Glanslibellen gezien. Wij volgen de glanzende lijfjes van links naar rechts, van boven naar onder en van voor naar achter. Precies 3 seconden gaat er een zitten en Maria is zo gelukkig om een foto te kunnen maken van de Gevlekte glanslibel.
De Metaalglanslibellen die er in grote aantallen rondvliegen zijn (voor mij) min of meer onfotografeerbaar. Het resultaat ziet er dan ongeveer zo uit:

Metaalglanslibel (Somatochlora metallica)
 Voor goede foto's, zoek bij Google afbeeldingen ;-).

Gelukkig voor ons zijn er nog enkele libellen die zich een beetje redelijk laten fotograferen. Alhoewel ik niet helemaal tevreden ben over de onderstaande foto's van de Gevlekte Witsnuitlibel, ben ik er wel blij mee omdat ik ze nog niet op de foto had. Bij deze libel is de naam eens gewoon logisch: hij heeft vlekken en zijn snuit is wit. Dat geeft de burger moed.

Gevlekte Witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)
Gevlekte Witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis)
In het riet en het krabbenscheer hangen tientallen libellenhuidjes. Met behulp van Peter lukt het me om in een onmogelijke positie twee huidjes te pakken. Die worden later in de week gedetermineerd. Bij één van de huidjes hangt een net uitgeslopen Groene Glazenmaker en ik hang er letterlijk met m'n neus bovenop. Maar wel 10 centimeter boven de sloot in min of meer horizontale positie. Geen ideaal fotomoment. Terwijl iedereen foto's maakt van de Groene Glazenmaker, die overigens alleen voor mij een nieuwe soort is, krabbel ik weer terug en overeind. De libel vindt het wel mooi geweest en is genoeg opgewarmd en vliegt weg. Tja, gelukkig heb ik de herinnering nog.

Aan de andere kant van het pad fladderen vlindertjes: het Groot Dikkopje, het Koevinkje (ook hier bezorgt die naam mij weer hoofdbrekens) en het Bruin Zandoogje.

Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus)
Koevinkje ((Aphantopus hyperantus)
Bruin Zandoogje (Maniola jurtina)
Ook de tijd vliegt voorbij en om 14.00 uur besluiten we om maar eens richting het Fochteloërveen te rijden. Onder begeleiding van de dudeljo-ho-ende Wielewaal en de zingende Geelgorsen wandelen we nagenietend van onze waarnemingen naar de auto. Een kleine Karekiet en de Matkop doen ons uitgeleide als we wegrijden.

Bij het Fochteloërveen begint het feest opnieuw. Net als we het gebied in willen lopen, landt er een Geelgors vlak voor mijn neus. Ik roep: "ho, stop, wacht, niet bewegen". Peter en Maria verstijven achter mij terwijl de Geelgors op ons toe komt gelopen. Wat een geluk dat we net alle drie onze telelenzen hebben gepakt omdat we op (roof)vogels hoopten. Deze Geelgors zou overigens zelfs met de macrolens nog gelukt zijn, zo dichtbij kwam hij.

Geelgors (Emberiza citrinella)
Geelgors (Emberiza citrinella)
Geelgors (Emberiza citrinella)
Op slag zijn we allemaal nog blijer, vrolijker, gelukkiger etc. Wat een cadeautje zo vlak voor je neus. We blijven tenslotte toch vogelaars en die worden van zo'n moment dus euforisch.
Na deze mooie ontmoeting lopen we het pad op en het gebied in. Robert heeft al wat voorwerk gedaan en we zien op zijn aanwijzingen al snel verschillende mooie vlindertjes, waaronder het Veenhooibeestje.

Veenhooibeestje (Coenonympha tullia)

Het Fochteloërveen is overigens een prachtig gebied, er groeit en bloeit van alles. Het Veenpluis geeft een klein overzichtsplaatje een bijzondere sfeer. De foto is met de telelens gemaakt en met tegenlicht maar ik wilde toch graag een plaatje ter herinnering aan dit fraaie gebied.

Fochteloërveen

Een 'hinnikende' Dodaars duikt onder vlak naast een jonge Geoorde Fuut. En de immer krijsende Kokmeeuwen zijn ook in Friesland nooit stil en vliegen af en aan naar een eilandje. Terwijl Robert vlinders zoekt kijk ik even naar de lucht en zie een roofstipje. Ik richt de telescoop op het stipje in de verte en ontdek een subadulte Zeearend. Robert bevestigt mijn determinatie en allemaal genieten we even van deze machtige vogel. Na de Zeearend volgt nog een Boomvalk. Omdat we nu allemaal in de vogel-modus staan, kijken we toch maar overal. "Slangenarend" roept Robert even later. Weer richt ik de scoop op de vogel en o,o,o, wat een genot. We kijken allemaal door de scoop en de Slangenarend blijkt recht op ons af te komen. Even later staan we klaar om foto's te maken, die zowaar nog best aardig lukken ook.

Slangenarend (Circaetus gallicus)

Slangenarend (Circaetus gallicus)
 We zijn nu helemaal lyrisch. Wat een dag, wat een soorten. Iedereen heeft wel iets nieuws gezien vandaag en dat is toch wel heel leuk. We lopen met een grijs van oor tot oor verder door het veen. We zien nog Paapjes, Grauwe Klauwieren, Boompiepers en Roodborsttapuiten. Koraaljuffers, Watersnuffels en een Distelvinder.
We beëindigen deze mooie dag na het eten van een echte Friese 'pankoek'. Het is tegen half elf
's avonds als ik zeer tevreden weer thuis kom. Wat is het toch leuk om zo een hele dag op pad te zijn. Robert, Peter en Maria, bedankt voor het fijne gezelschap!